| Klassieke en oude heesterrozen - algemene informatie |
Algemeen
Onder klassieke of oude rozen
verstaat men globaal al die soorten die ontstaan zijn voor 1920. De
wilde of botanische soorten, die vaak nog ouder zijn, hebben we in
een aparte groep ondergebracht.
Tot de groep klassieke rozen
behoren de Albarozen, Bourbonrozen, Centifolia's, Chinese en Polypomrozen, Polyantha's,
Damascener- en Portlandrozen, Gallica's, Mosrozen, Noisetterozen,
Remontantrozen en Theerozen. Klassieke rozen onderscheiden zich van
moderne rozen (grootbloemige en trosrozen, moderne heesters) door
verschillen in textuur van het blad en vaak buigzame en slappe stelen,
bezaaid met stekels. Door het nonchalante uiterlijk en het weinige snoeien
ogen deze planten vaak wat wilder. Over het algemeen kan gesteld worden
dat deze soorten iets sterker zijn, meer geurvariaties hebben en overdadig
bloeien. Nadelen zijn de vaak ongecontroleerde groei en het feit dat de meeste
maar een maal bloeien.
Toepassing
Afhankelijk van de soort en groeiwijze
kunnen ze op velerlei manieren toegepast worden. De hoge soorten kunnen verwilderen
of klimmen over bijvoorbeeld schuren, dode bomen en dergelijke. Lagere soorten
kunnen in gemengde borders verweven worden of als solitaire struik op een markante
plaats in de tuin geplant worden. Een aantal soorten is als haag zeer geschikt.
Bedenk wel dat de meeste soorten vrij veel ruimte innemen, zodat ze voor kleine
tuinen minder geschikt zijn. Voor vakbeplanting zijn ze ongeschikt.
Onderhoud
Aangezien de meeste soorten eenmaal bloeien, kan er geen
voorjaarssnoei worden toegepast. Men snoeit dan immers met de takken de knoppen
weg. Na de bloei kunnen verhoute takken verwijderd worden en kan de struik
desgewenst worden uitgedund en in vorm gebracht. Herbloeiende soorten kunnen zowel
na de bloei als in het voorjaar onder handen genomen worden. Bemesting vindt in
het voorjaar plaats.
|
| Albarozen |
 |
|
Deze rozen zijn vrij grote planten met een sterke groei, opvallend grijsgroen blad
(koele tint), zachte bloemtinten (wit, cremewit en zachtroze), hoge ziekteresistentie
en heerlijke geur. Stevig terugsnoeien na de bloei.
|
| Bourbonrozen |
 |
Er zijn zowel laagblijvende als hoog opgaande Bourbonrozen. Ze hebben glanzend blad
met een opvallende roodachtige tint. De bloemen zijn over het algemeen klein, in
trosjes van 3 tot 7 stuks. De kleur varieert van bleekroze tot purper. Te lange
jonge uitlopers na de bloei terugsnoeien t.b.v. de bloei van het volgend jaar.
|
| Centifoliarozen |
 |
Centifoliarozen zijn zeer gevuld ('centifolia' betekent honderd blaadjes) en worden
ook wel Hollandse rozen, Provencerozen of Cabbageroses genoemd. Het zijn middelgrote
struiken met afhangende takken. De bloemen verschijnen in trossen van 3 tot 5 stuks
en varieren van roomwit tot roze. Er is zelfs een gestreepte varieteit. Na de bloei
nieuwe scheuten tot de helft terugsnoeien.
|
| Chinese en Polypomrozen, Polyantha's |
 |
Deze rozen kenmerken zich door een rijke bloei van het vroege voorjaar tot de winter. De kleuren
varieren: wit, roze, rood, maar ook honinggeel, oranjegeel en zelfs groen komen voor.
Chinese rozen blijven veelal vrij laag en ijl. Polyantharozen zijn wat bossiger en bloeien
rijk met trossen kleine bloemen. De naam Polypomrozen slaat vooral op de bolvorm van de bloemen.
Het zijn meestal vrij kleine, gedrongen struiken met een sterke vertakking. Voor al deze
rozen geldt dat snoei in het vroege voorjaar plaats vindt.
|
| Damascenerrozen |
 |
Damascenerrozen vormen wilde ruige struiken met een slordige groeiwijze. Er zijn zowel
eenmaal bloeiende als doorbloeiende Damascenerrozen. De eenmalig bloeiende doen dit wel
langdurig. De oudere soorten hebben halfgevulde bloemen. Later ontstonden soorten met
gekwartierde bloemen.
|
| Gallicarozen |
 |
Gallicarozen groeien zeer sterk en vormen een gevulde struik. Over het algemeen zitten
ze goed in het blad, dat donkergroen van kleur is met een lichte onderkant. De bloemen
zijn klein tot middelgroot en open tot zeer gevuld. De kleur varieert van lichtroze tot
roodpaars en purperpaars. De geur is over het algemeen zwaar. Gallica's zijn veelal zomerbloeiend,
snoei vindt dus na de bloei plaats.
|
| Mosrozen |
 |
Zeer kenmerkend voor mosrozen is de mosachtige begroeiing aan de stengels en de knoppen.
Deze kan groen tot bruin van kleur zijn. De struikvorm is onregelmatig met vaak lange,
schaars bebladerde takken. De bloemen zijn gevuld en goed geurend. De kleur varieert
van wit tot diepdonkerrood en er komt zelfs een gele varieteit voor. Er zijn eenmaal
bloeiende en doorbloeiende soorten. De snoei is dan ook afhankelijk van de bloeiperiode.
|
| Portlandrozen |
 |
Een kleine groep van de Damascenerrozen vormt de Portlandrozen, die allen of
doorbloeien of bloeiherhalend zijn. Deze groep heeft een iets compactere struikvorm.
|
| Remontantrozen |
 |
Zoals de naam al aangeeft zijn dit (remonterende =) bloeiherhalende rozen.
De struikvorm is vaak enigszins stijf opgaand, de bloemen zijn gekwartierd en geuren over
het algemeen goed tot sterk. De kleur varieert van wit tot donkerrood, er zijn purperen
en zelfs bruinachtige soorten en gestreepte varieteiten. Snoei vindt plaats in het voorjaar.
|